Nieuwe Syrisch-orthodoxe pastoor in Rijssen wil evangelie naar deze tijd vertalen

Nieuwe Syrisch-orthodoxe pastoor in Rijssen wil evangelie naar deze tijd vertalen: ‘Ik ben best vlot en modern’

RIJSSEN – „Het is een hele eer”, vindt Zakai Bar Yawsef Dag Beth Behnam. Hij was onderwijzer, tolk en presentator op radio en televisie. Nu is hij alweer een jaar de pastoor van de Syrisch-orthodoxe gemeenschap in Rijssen. „Het is een roeping waar ik niet meer omheen kon.”

Door: Yvet Maassen

Zakai Dag is een creatieve man. Dat bewijzen ook de zelfgemaakte schilderijen aan de muur in zijn kantoor, vlak naast de Sint-Ignatius Nurono kerk in Rijssen. De pastoor is niet alleen creatief, maar ook taalgevoelig. Hij  schreef in zijn jonge jaren verschillende nummers en gedichten in het Syrisch-Aramees. De taal die op de schoolborden in de leslokalen van de kerk staat. De taal waarmee hij is opgegroeid in Zuidoost-Turkije.

Syrisch-Aramees
Dag haalt een boek tevoorschijn uit zijn goed gevulde boekenkast. Achterin staat een van zijn gedichten, inclusief een vertaling naar het Nederlands. Het is een lied over de heimwee naar zijn geboortegrond die hij als 17-jarige moest achterlaten. De pastoor groeide op in de Turkse streek Tur Abdin in een grote christelijke gemeenschap. ´Misschien wil ik wel monnik worden´, dacht de toen nog jonge Dag. Hij ging niet alleen naar het reguliere onderwijs, maar bracht ook veel tijd door in de lokale kloosterschool Sint-Gabriel.

Weerzien met de aartsbisschop
Maar het leven liep anders. Zijn vader vluchtte vanwege zijn geloof richting Nederland en het gezin volgde een jaar later. In Twente kwam hij Mor Julius Yeshu Cicek tegen, die later de eerste Syrisch-orthodoxe aartsbisschop van Midden-Europa werd. „Hij had mij eerder les gegeven op de kloosterschool in Turkije. Het was een hele leuke ontmoeting. Ik voelde me dankzij hem gelijk thuis. Het is echt een man van God.”

De 17-jarige Dag wilde in de voetsporen van zijn vader treden en tandheelkunde studeren. „‘Je bent gek’, vertelde Cicek mij”. Er verschijnt een grote lach op Dags gezicht. Hij weet nog goed wat de geestelijk leider zei: „Jij bent zó goed in taal. Je moet leraar worden en les gaan geven.” En zo geschiedde.

Dag ging naar de Pabo in Hengelo en gaf jarenlang les in het Syrisch-Aramees, maar ook in liturgisch gezang. Dat deed hij bij protestants-christelijke scholen, bij de Volksuniversiteit en vrijwillig bij verschillende kerken. Ook tolkte hij voor diverse instanties.

Radio en televisie
Op Radio Oost kreeg hij elke maand tien minuten zendtijd waarin hij in het Aramees mocht praten. „Voor ons was dit een droom. In Turkije was dit niet mogelijk in onze eigen taal.” Tien jaar lang ging hij naar de radiostudio volgde een eigen televisieprogramma in Zweden dat hij wekelijks mocht presenteren. Hij ontving gasten, deed interviews en kijkers mochten inbellen met vragen. Aan het einde van de show nam hij altijd de tijd voor bezinning en ging hij op zoek naar de betekenis van de specifieke dag volgens de bijbel. Daarnaast bleef Dag actief in het verenigingsleven. Hij bracht verschillende Aramese groepen in Enschede samen in het Platform Aram. Ook presenteerde verschillende culturele evenementen.

„Het priesterschap had ik eigenlijk allang uit mijn hoofd gezet.”, vertelt de pastoor. „Ik zat echt in een andere wereld. Ik was onderwijzer en presentator.” Toch werd hij gevraagd door de gemeenschap in Rijssen om de op leeftijd rakende priester Abuna Ilyas Basmaci op te volgen.

‘De Heer helpt altijd’
Dit was niet de eerste keer dat hij gevraagd werd om priester te worden. „Ik heb al zo vaak nee gezegd. Ik zag mezelf niet als waardig. Ik dacht: dat kan ik niet.” Maar hij weet ook: „De Heer helpt altijd. Zodra Hij je de hand reikt, val je niet meer. Dit was een roeping waar ik niet meer omheen kon. De kerk heeft veel om mij gegeven. Ik moet iets terug doen. Daarom heb ik deze opoffering toch gebracht. Ik ben God en het bestuur van Rijssen dankbaar dat ze mij waardig vinden en dat ik de kudde mag leiden.”

Verhuizing achter de rug
De Syrisch-orthodoxe Sint-Ignatius Nurono kerk in Rijssen heeft een nieuwe pastoor, Zakai Dag. Het leven van de nu 60-jarige Dag is het afgelopen jaar ingrijpend veranderd. Hij is met zijn gezin verhuisd naar Rijssen en heeft het verenigingsleven en zijn vrienden in Enschede achter moeten laten. „Mijn hoofddoel is het verkondigen van het evangelie. En dat zo duidelijk mogelijk. Ik wil het op deze tijd toepassen. Sommige dingen worden verkeerd begrepen.”

Als pastoor heeft hij duidelijk doelen voor ogen. Zo wil hij de graag de eerste generatie Syrisch-Orthodoxen interviewen en hun verhaal opschrijven. „Zodat onze kleinkinderen kunnen weten hoe onze geschiedenis in Rijssen begon.” Ook heeft hij plannen voor een Bijbelstudie voor de jongeren. „Ik wil ze een beetje richting geven.”

In Rijssen ontvangt de pastoor een gemêleerd gezelschap in zijn kerk. Er zijn Syriërs, Libanezen, Irakezen, maar ook Syrisch-Arameeërs uit Turkije zoals Dag zelf. „Rijssen is een traditionele gemeenschap. Ik ben blij dat het geloof nog heel sterk is hier, maar ik ben zelf best modern en vlot”, zegt Dag met een lach. Hij is niet van de lange preken. Hij kiest zijn verhalen ook selectiever en maakt meer tijd vrij voor gezelligheid in de ontmoetingszaal na afloop.

Bidden voor Oekraïne
„De Heer leert ons dat we non-stop mogen bidden voor een ander. Dat we het beste mogen willen voor een ander,” De laatste dagen wordt er dan ook wel gebeden voor Oekraïne. „Hoe wil je behandeld worden door een ander? Zo moeten we anderen ook behandelen”, vindt Dag.

„Wij zijn dankbaarder dat we in dit land mogen zijn. Voor de Nederlanders die de mensen hebben opgevangen. Daar moeten we levenslang voor bidden. De Heer weet wie de goede mensen waren. We vragen God dan ook hen bij te staan.”

Tekst: TC Tubantia
Foto: Drs. Gewargis Acis